
TEL JE ZEGENINGEN
GODS BELOFTEN EN TROUW
Ken je het liedje
'Tel je zegeningen, één voor één?
‘Tel ze allen, noem ze één voor één.’
Tel ze allen, noem ze 1 voor 1 en gij ziet Gods liefde dan door alles heen.'
Zegeningen tellen is belangrijk en gemakkelijk wanneer het je voor de wind gaat. Maar hoe doe je dat wanneer het ene slechte bericht op het andere volgt? Wanneer er nauwelijks tijd is om het ene verlies te verwerken voordat het volgende zich aandient? Wanneer het voelt alsof alles je langzaam lijkt te ontvallen?
Juist dan krijgt dat eenvoudige liedje een diepere betekenis. Want hoe blijf je Gods zegeningen zien wanneer verdriet, zorgen en teleurstellingen je blik dreigen te verduisteren? Niet door te ontkennen wat je overkomt, maar door jezelf het hele verhaal te blijven vertellen.
Want dwars door al dat slechte nieuws heen is er ook zoveel goeds. Broeders en zusters die naar je omzien. Familie die overkomt of even belt, een buurvrouw die je spreekt, een studie die vooruitgaat, je kind om wie je even een arm slaat of dat met een goed cijfer thuiskomt, vrienden die langskomen. Het leven kent kleine en grote momenten van vreugde, verbondenheid en dankbaarheid.
Dat betekent niet dat verdriet, zorgen of teleurstellingen geen plek mogen hebben. Rouw en dankbaarheid kunnen naast elkaar bestaan. Ooit zei een huisarts tegen iemand die een groot verlies had geleden en bang was depressief te worden: ‘Iemand zoals jij, met zoveel plusjes in het hoofd, kan onmogelijk depressief worden. Je bent gewoon aan het rouwen.’ Medisch gezien is dat natuurlijk te stellig, maar de gedachte erachter is herkenbaar. Het vermogen om het goede te blijven zien, ook midden in verdriet, is een zegen op zichzelf.
Tegelijk is dat niet voor iedereen vanzelfsprekend. Sommige mensen zien het glas voortdurend halfleeg. Dat moet ongelooflijk zwaar zijn, zeker wanneer het leven zelf al zoveel van je vraagt. De Bijbel vraagt ons echter niet om voortdurend opgewekt te zijn. Verdriet en wanhoop hoeven niet verborgen te worden achter een glimlach of een opgewekt geloof.
In Psalm 89 bezingt de dichter Gods liefde en trouw. Opmerkelijk genoeg is het geen Psalm waarin alles goed gaat. Integendeel, na de lofzang volgt een aangrijpende klacht. De dichter herinnert God aan zijn verbond met David en vraagt waarom zijn beloften zo ver weg lijken. De werkelijkheid lijkt zelfs in tegenspraak met wat God heeft toegezegd. Toch blijft de dichter zich tot Hem richten.
Dat is zo bijzonder aan de Psalmen. Ze geven ruimte aan het hele menselijke bestaan. Aan vreugde en verdriet, aan lofprijzing en wanhoop, aan vertrouwen en twijfel. Je hoeft je verdriet niet te verbergen om God te kunnen loven. Zelfs de klacht is een uitdrukking van verbondenheid met Hem. Wie God aanspreekt op zijn beloften, houdt immers vast aan zijn trouw.
Daarmee gaat de Bijbelse hoop veel verder dan een positieve levenshouding. Gods trouw is niet afhankelijk van onze omstandigheden of van ons vermogen om de lichtpuntjes te blijven zien. Zijn beloften zijn geen garantie voor een gemakkelijk bestaan. De hoop die de Schrift ons aanreikt, reikt zelfs voorbij de grenzen van ons aardse leven.
In Jezus Christus krijgt die hoop haar diepste betekenis. Door zijn lijden, sterven en opstanding heeft Hij de macht van zonde en dood doorbroken. Wie Hem als Heer aanvaardt en op Hem vertrouwt, mag leven vanuit de belofte van verlossing en eeuwig leven.
Dat is de eschatologische hoop van het Christelijk geloof. Niet slechts dat het morgen beter zal gaan, maar dat God zijn schepping uiteindelijk zal vernieuwen. De dood zal niet langer bestaan, evenmin als rouw, jammerklacht en pijn (Openbaring 21:4). Er zal een opstanding zijn, een verheerlijkt lichaam, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waarin God bij de mensen woont. De belofte van een nieuwe naam spreekt bovendien van een door God gekende en vernieuwde identiteit.
Daarom is christelijke hoop geen optimisme dat afhankelijk is van gunstige omstandigheden. Het is vertrouwen op de God die zijn beloften gestand doet, zelfs wanneer de vervulling ervan nog niet zichtbaar is.
Zegeningen tellen betekent dus niet dat het verdriet wordt weggestreept. Het betekent dat het hele verhaal verteld mag worden, met alles wat daarin aan vreugde en verdriet aanwezig is.
Want uiteindelijk tellen we niet alleen onze zegeningen, maar mogen we ook rekenen op Gods beloften. Niet omdat alles in dit leven goed komt, maar omdat God beloofd heeft alle dingen nieuw te maken.
GOD’S PROMISES AND FAITHFULNESS
Do you know the hymn Count Your Blessings, Name Them One by One?
“Count your blessings, name them one by one.”
Counting your blessings is easy when life is going well. But how do you do that when one piece of bad news follows another? When there is barely enough time to come to terms with one loss before the next one arrives? When it feels as though everything you hold dear is slowly slipping away?
It is precisely in those moments that this simple childhood hymn takes on a deeper meaning. How do you continue to recognise God's blessings when grief, worries and disappointment threaten to cloud your vision? Not by denying what is happening to you, but by continuing to tell yourself the whole story.
Because even amid all the bad news, there is still so much goodness. Brothers and sisters in Christ who lovingly look out for you. Family members who come to visit or simply give you a call. A neighbour with whom you exchange a few words. Progress in your studies. A child you can put your arm around, or who comes home with a good grade. Friends who drop by. Life holds both small and great moments of joy, connection and gratitude.
This does not mean that grief, worries or disappointment should have no place. Grief and gratitude can exist alongside one another.
A doctor once said to someone who had suffered a profound loss and feared becoming depressed: “Someone like you, with so many positive thoughts in your head, could never become depressed. You are simply grieving.”
Medically speaking, that statement was rather too absolute, of course, but the thought behind it is understandable. The ability to continue recognising goodness, even in the midst of sorrow, is itself a blessing.
At the same time, this does not come naturally to everyone. Some people always seem to see the glass as half empty. That must make life incredibly difficult, especially when life itself already demands so much. Yet the Bible does not ask us to remain cheerful at all times. Grief and despair do not need to be hidden behind a smile or a display of unwavering faith.
In Psalm 89, the psalmist sings of God's love and faithfulness. Remarkably, this is not a Psalm in which everything is going well. Quite the opposite. After the opening praise comes a deeply moving lament. The psalmist reminds God of His covenant with David and asks why His promises seem so distant. Reality appears to contradict what God has promised. Yet the psalmist continues to turn towards Him.
This is what makes the Psalms so remarkable. They make room for the whole of human existence. For joy and sorrow, praise and despair, trust and doubt. You do not have to conceal your grief in order to praise God. Even lament is an expression of a relationship with Him. After all, those who call upon God to remember His promises are still holding on to His faithfulness.
Biblical hope, therefore, goes far beyond having a positive outlook on life. God's faithfulness does not depend on our circumstances or on our ability to keep seeing the bright side. His promises do not guarantee an easy life. The hope offered to us in Scripture reaches beyond the boundaries of our earthly existence.
In Jesus Christ, this hope finds its deepest meaning. Through His suffering, death and resurrection, He has broken the power of sin and death. Those who receive Him as Lord and place their trust in Him may live in the assurance of His promise of redemption and eternal life.
This is the eschatological hope of the Christian faith. Not merely the hope that tomorrow will be better, but the promise that God will ultimately renew His creation.
Death will be no more, nor will there be mourning, crying or pain (Revelation 21:4). There will be a resurrection, a glorified body, a new heaven and a new earth in which God dwells among His people. The promise of a new name also speaks of an identity known, affirmed and renewed by God.
Christian hope, therefore, is not optimism dependent upon favourable circumstances. It is trust in the God who remains faithful to His promises, even when their fulfilment is not yet visible.
Counting our blessings does not mean cancelling out our sorrow. It means allowing the whole story to be told, with all its joy and grief, its beauty and brokenness.
For ultimately, we do not merely count our blessings. We may also count on God's promises. Not because everything in this life will turn out well, but because God has promised to make all things new.
Reactie plaatsen
Reacties