WEGGEPOETST

Gepubliceerd op 5 oktober 2026 om 01:23

Weggepoetst

Ken je dit? Dat er iets gebeurt waarvan je op een gegeven moment denkt: ik wil er niet meer aan denken. Ik laat het los. Niet omdat het werkelijk voorbij is, maar omdat het te veel pijn doet om er steeds bij stil te staan. Je kunt er niets meer aan veranderen, je begrijpt het niet of je weet eenvoudigweg niet wat je ermee moet.

 

Een teleurstelling. Iemand die ineens tegen je doet. Een vriendschap die verdwijnt. Iets wat je is aangedaan. Een verlies waarvoor je geen woorden hebt. Of het leed dat iemand draagt waarin je machteloos toeziet, je moeder die ziek is of je kind.

 

Soms poets je zoiets ongemerkt bijna weg onder het tafelkleed van het geloof. Je geeft wat gebeurd is soms onbewust te snel een betekenis buiten jezelf, misschien om de pijn te verzachten of het onbegrijpelijke toch begrijpelijk te maken.

 

Een deur gaat open en je zegt: God heeft hem geopend.
Een deur blijft dicht en je zegt: God heeft me beschermd.
Je moet wachten en zegt: Gods timing is beter.
Het gebeurt helemaal niet en je zegt: God had iets anders voor me.

 

Dat kan troost geven. Maar als iedere mogelijke uitkomst achteraf kan worden uitgelegd als Gods leiding, hoe weet je dan nog of je werkelijk Gods handelen herkent, of vooral betekenis geeft aan wat je overkomt?

 

Daar komt nog iets bij. Misschien zie je niet eens altijd goed wat er werkelijk gebeurt. We kijken allemaal door onze eigen bril, gevormd door ervaringen, verwachtingen, pijn en verlangen. Soms kijk je te zwart naar iemand, soms juist te rooskleurig. Soms denk je precies te weten waarom iemand iets doet, terwijl je alleen je eigen interpretatie kent. Zie je de persoon die voor je staat werkelijk, of zie je vooral het beeld dat je zelf van die persoon hebt gemaakt?

 

We kunnen niet alles begrijpen. We kunnen niet alles voorkomen, hoe moeilijk dat soms ook is. Je hoeft achteraf ook niet ineens te begrijpen waarom iets is gebeurd om je aan God toe te vertrouwen. Sommige dingen blijven onbegrijpelijk. Dat hoef je niet weg te poetsen. Ook de onmacht die je daarbij voelt, mag er zijn.

 

Juist dát kan een vorm van overgave zijn. Onze Bijbel laat zien dat verdriet, boosheid, onmacht en ook het niet begrijpen binnen het geloof mogen bestaan. Je hoeft wat je overkomt niet eerst van een verklaring te voorzien voordat je ermee voor God mag staan. De profeten klagen, vragen, roepen en treuren. Ook dat is geloof.

 

Overgave betekent dan niet dat je uiteindelijk kunt verklaren waarom iets gebeurde, maar dat je ook met wat je niet begrijpt bij God kunt blijven. Praten we dingen niet te snel recht wanneer we achteraf zeggen: dit was Gods bescherming, dit was Gods bedoeling, dit moest zo zijn? Veel dingen zijn onbegrijpelijk of voelen onrechtvaardig. Dat mag er ook zijn.

 

Soms kan iets verloren voelen, terwijl er nog hoop is. Soms voelt iets hoopvol, terwijl het toch verloren blijkt. Je kunt denken dat iets voorbij is, terwijl je niet weet wat er nog komt. Wat vandaag afgesloten lijkt, hoeft niet te betekenen dat je al kunt overzien welke betekenis het later in je leven krijgt. En soms duurt helen een leven lang.

 

Het lijkt soms alsof je leeft in een tijd waarin deuren gesloten zijn, sommige misschien wel voorgoed. Toch mag je erop vertrouwen dat God aanwezig is in de ruimte die daardoor ontstaat. Leegte hoeft niet alleen verlies te betekenen, maar kan ook ruimte worden voor iets nieuws. Wat dat nieuwe is, weet je niet. Dat hoef je nu ook niet te weten.

 

Geloven raakt je eigen leven. Alles wat je hebt opgebouwd, lijkt soms ineens veranderd of weg te vallen. Je kunt het niet begrijpen. Het lijkt een tijd vol onbevattelijk afscheid: van je werk, je studie, iemand die overleden is, of je eigen gezondheid die je in de steek laat.

 

Je kunt aan dit alles betekenissen geven. Zeggen dat God deuren sluit, dat Hij je ergens voor beschermt of dat er iets anders voor je klaarligt. Maar je weet helemaal niet waar in dit alles de hand van God is.

 

Juist daarom is Job zo’n goed voorbeeld. Niet omdat Job het meteen overgaf in geloof. Nee, ook hij begreep niet waarom hem zoveel werd ontnomen. Hij rouwde, protesteerde en vroeg God waarom dit hem overkwam, terwijl hij oprecht met God had geleefd. Zijn vrienden kwamen met verklaringen, maar Job ging met zijn vragen voor God staan.

 

Laat dat een herkenningspunt voor je zijn. Je hoeft een tijd van afscheid niet mooier te maken dan hij is. Je hoeft vandaag niet te weten wat ervoor in de plaats komt. Je hoeft zelfs niet te weten óf er iets voor in de plaats komt.

 

Job laat je zien dat je niet alles wat gebeurt per se als Gods bedoeling hoeft te benoemen om op Hem te blijven vertrouwen. Hij ervaart Gods nabijheid lang niet voortdurend. Hij schreeuwt om een antwoord. Zijn volharding in geloof zit juist daarin: zelfs in zijn aanklacht blijft hij zich tot God richten. Hij hoeft zijn verdriet, boosheid en onbegrip niet weg te poetsen om gelovig te blijven.

Je hoeft niet alles te begrijpen en niet overal Gods bedoeling in te kunnen zien. Je mag erop vertrouwen dat je met alles wat er is bij Hem mag verblijven. Je bent Zijn geliefde kind. In het begrijpen én in het onbegrijpelijke mag je nabij Hem zijn.

 

 

(Psalm 13; Psalm 22; Psalm 73:21-28; Job 1-2; Job 19:23-27; Job 38-42; Jeremia 20:7-18; Habakuk 1:2-4; Habakuk 3:17-19; Romeinen 8:24-27)


Reactie plaatsen

Reacties

Harko de Graaf
17 dagen geleden

Je tekst raakt mij. Ook ik ga door een donker dal. Een verfrissende blik op tegenslag. We hoeven niet alles te belabelen! Amen.

Susan Nijland
16 dagen geleden

Mijn moeder is ziek, ik help waar ik kan maar herken wel wat je schrijft. Jezus is ook bij het niet altijd kunnen helpen. Al doe ik wat ik kan en ik bid voor haar.