
Her-kennen
HER-KENNING
𝑂𝑣𝑒𝑟𝑑𝑒𝑛𝑘𝑖𝑛𝑔 𝑛.𝑎.𝑣. 𝐽𝑜ℎ𝑎𝑛𝑛𝑒𝑠 𝟸𝟷:𝟷-𝟷𝟿
Ken je spatial disorientation?
In de luchtvaart is dit ook echt de schrik van elke piloot. Spatial Disoriëntation is een toestand waarin een piloten hun oriëntatie totaal verliezen omdat er geen betrouwbare horizon meer is. (Vaak door diepe mist, sneeuwlandschap, of duisternis boven zee).
Waardoor het lichaam iets anders ervaart dan wat feitelijk waar is en boven onder lijkt te worden. Ze vliegen op de kop terwijl ze denken rechtop te vliegen. Zonder referentiepunt, zonder horizon, wordt onze eigen waarneming onbetrouwbaar.
Wie wel eens in het donker op zee is geweest zonder sterren en zonder lichtlijn aan de horizon, weet hoe snel richting oplost en hoe afhankelijk je bent van iets buiten jezelf om koers te houden.
In Johannes 21 beweegt Simon Petrus zich in zo’n toestand. Hij heeft Jezus gezien, hij weet dat Hij leeft, en toch ontbreekt de horizon waaraan hij zijn positie kan aflezen, waardoor wat richting is. De toekomst is niet meer scherp te onderscheiden in het heden. En juist dan zegt hij: “Ik ga vissen.” Het klinkt als een besluit, maar het is oriëntatieverlies dat zich vermomt als richting, een teruggrijpen naar wat hij kent. Mensen gaan terug naar hun veilige cocon of patronen als ze herijking zoeken. Voor een schipper is dat een schip. Omdat het lichaam daar in het enige bekende nog kan functioneren terwijl het innerlijk geen koers meer heeft.
De discipelen gaan mee. De nacht waarin ze het water op gaat is niet alleen donker, maar ook gesloten in zichzelf, er is geen lichtlijn, geen ster, geen referentiepunt, zelfs het schip draagt geen lampjes die hem markeren in de donkerte, hij beweegt maar is nergens vastgelegd. En toch wordt in die donkerte het schip gezien vanaf de oever.
Jezus ziet hen, Zijn mannen die handelen zonder oriëntatie, beweging in het donker die zichzelf niet meer kan corrigeren. Ze herhalen handelingen die geen resultaat geven, maar doorbreken het patroon niet. Ze blijven de netten steeds uitgooien zonder koers te wijzigen. Het resultaat blijft scheppen van leegte.
Jezus stem die over het water klinkt doorbreekt die donkere gesloten leegte: “Hebben jullie iets te eten?" en hun antwoord is kaal en zonder omweg: “nee.” Geen visvangst, geen richting, geen correctie van binnenuit.
Dan volgt een aanwijzing die klein lijkt maar zo beslissend is: “Gooi het net uit aan de andere kant,” zegt Jezus. Wanneer ze volgen in aanwijzing verdwijnt de leegte in het net en wordt die opgevuld met vissen. Als de zwaarte terugkeert in hun handen, valt ervaring weer samen met werkelijkheid en daarin komt de herkenning: “het is de Heer.” ze spreken het niet uit. Ze weten het. En Jezus weet dat ze Hem her-kennen.
Voor Petrus is dat genoeg, niet omdat hij het begrijpt, maar omdat hij gezien is en dat verandert als het ware zijn bestaansrichting denk ik. Wanneer zij aan land komen, blijkt dat wat zij de hele nacht hebben gezocht al aanwezig is.
De vis ligt al klaar op Jezus kolenvuur. En toch zegt Jezus niet:"stop maar met vissen ik heb eten genoeg voor jullie" maar Hij toont ze hoe je oogst en dat Hij voorziet.
Nog vóórdat er iets wordt uitgelegd, nog vóórdat er gesproken wordt over wat geweest is, nog vóórdat Petrus zijn eigen handelen onder ogen moet zien, is er voorzien in wat hij nodig heeft, niet als beloning voor een juiste koers, maar als werkelijkheid die er al is, niet vanuit hem maar vóór hem.
Het kolenvuur brandt al, de maaltijd is bereid, de grond onder zijn bestaan wordt hem opnieuw aangereikt, niet door wat hij gedaan heeft maar door Wie hem tegemoetkomt. Jezus voorziet en de discipelen nemen 153 vissen erbij mee
Jezus spreekt Petrus aan, de de last van verloochening meetorst. Juist in die conversatie ontstaat ruimte voor herijking van Petrus’ oriëntatie. Hij vliegt niet langer ondersteboven, maar wordt opnieuw gegrond wanneer hij drie keer de vraag bevestigt: “Heb je Mij lief?”
Petrus mag opnieuw Jezus her-kennen, ervaart genade. Hij ijkt zich niet meer op zichzelf in vragen rondom zijn schuld, maar Jezus is zijn oriëntatiepunt en antwoord, in verlossing.
© 2026 Anton van Kruisberg
Reactie plaatsen
Reacties
Hallo …….
Ik heb dit gedeelte altijd gelezen in combinatie met Luc.5. Vooral om te zien hoe Petrus was voor kruis en opstanding en daarna. Maar ook in zijn verloochening en de vragen: Heb je Mij lief ?
Het gaat om (H)erkenning net als bij het woordje zien, bezien en inzien bij de opstanding bij Johannes en Petrus.
Kun je wat meer uitleg geven of toepassing geven ?
Beste Lucas, dankjewel voor je vraag. Door een fout in de website is uw oorspronkelijke reflectievraag helaas ten onrechte verwijderd. We zijn zo vrij geweest alsnog hem te plaatsen. Hierbij het antwoord van de auteur op uw vraag:
Ook voor de verbinding die je legt met Lukas 5. Dat is inderdaad een verbinding die al gauw in ons opkomt, omdat Petrus daar aan het begin van zijn weg met Jezus een wonderlijke visvangst meemaakt.
Ik vond het indringender deze overdenking binnen de eigen beweging van Johannes 21 te houden, omdat de tekst ook echt een eigen literair theologische beweging heeft, die al heel veel eigen ‘rimpels op het water’ geeft om verder te bestuderen.
De verbinding met Lukas 5 is uiteraard evident en volkomen legitiem. Ergens rijst bij mij ook de vraag: maar waar houd je dan op met het bouwen van bruggen? Er zijn er immers veel meer te leggen, ook naar het Oude Testament. Denk bijvoorbeeld aan Mozes, aan roeping, desoriëntatie, ontmoeting met God en opnieuw richting ontvangen. Iedere brug, terug of vooruit, kan immers iets zichtbaar maken ter onderstreping van het behandelde theologische thema, maar bepaalt tegelijkertijd wel vanuit welke invalshoek je de tekst leest, of kiest te lezen.
De toepassing zit voor mij vooral in het wezenlijke her-kennen. Petrus wéét dat Jezus is opgestaan en heeft Hem zelfs als Opgestane gezien. Toch betekent dat kennelijk niet dat hij daarmee onmiddellijk weet hoe hij verder moet.
Als onze horizon wegvalt, grijpen we gemakkelijk terug op wat we kennen.
Maar juist daar staat Jezus aan de oever. Hij wacht niet totdat Petrus zichzelf weer op koers heeft gekregen. Het vuur brandt al, het eten ligt er al. Petrus hoeft zijn richting niet eerst zelf terug te vinden, maar ontvangt opnieuw een oriëntatiepunt buiten zichzelf. Zodra hij Jezus herkent, beweegt hij naar Hem toe, dwars door het diepe water dat tussen hen in ligt.
Terugkomend op je vraag: daar ligt mijns inziens ook de toepassing voor ons: wanneer wij onze oriëntatie verliezen door wat er gebeurd is, door de onzekerheid van ziekte, rouw of verlies, doordat we eenvoudigweg niet meer weten welke kant we op moeten of hoe onze toekomst eruitziet, hoeven we niet eerst zelf onze koers te herstellen.
We mogen Christus opnieuw her-kennen als ons oriëntatiepunt. Onze blik hoeft niet gericht te blijven op de donkere massa onder ons waarin we vrezen te verdrinken, maar mag gericht zijn op Hem aan de oever. Daar zijn rust, heling en troost vindbaar.
Vanuit die her-kenning in Jezus ontstaat vervolgens opnieuw richting. Daarom vind ik de laatste woorden van Jezus aan Petrus in dit gedeelte zo wezenlijk: ‘Volg Mij.’
Anton van Kruisberg
Oh Anton, I sincerely hope you'll consider writing in English someday! 🙏✨ My daughter translates your reflections for me, and I'm deeply grateful. 🕊️
Your writing has a rare ability to weave Scripture, the beauty of creation, and the mysteries of faith into something profoundly meaningful. ✝️🌿 May God continue to inspire your words and bless those who encounter them! ❤️🙏