
Zijn we nederig genoeg?
Wie Jezus kent, weet:
Hij verheft zichzelf niet,
Hij verrijkt zichzelf niet,
Hij neemt niets tot zichzelf wat Hem niet toebehoort.
De discipelen weten dat. Zij kennen de Torah. Zij hebben dagelijks onderwijs van Jezus ontvangen, Zij trekken dag en nacht op met het vlees geworden Woord. Toch gebeurt het dat zij een goddelijke interventie niet herkennen. Dat is schokkend vind ik. Als Jezus een vrouw vraagt kostbare olie over Hem uit te gieten, overvloedig, zit iedereen erbij en ziet hoe Hij een handelen initieert dat buiten hun kader valt.
Jezus' gedrag is inconsistent met alles wat zij van Hem kennen. Juist daar had alertheid moeten ontstaan: hier gebeurt iets uitzonderlijks, wat missen wij?
Want wie de Schrift kent, hoort te herkennen dat zodra iets niet klopt met wat je verwacht, dat zelden een fout is. Het is vaak een moment van Gods handelen. Abraham ontvangt de zoon van de belofte en moet hem tegelijk offeren. Mozes ziet een struik die brandt en niet verteert en blijft staan om te kijken. Er valt brood uit de hemel, maar je mag het niet bewaren, behalve wanneer het ineens wél moet. Het volk wordt gebeten door slangen en vindt genezing in een slang op een paal. Drie mannen komen langs en blijken meer te zijn dan bezoekers.
Steeds hetzelfde patroon: God doorbreekt het herkenbare en juist daar vraagt een inconsistentie extra aandacht. God interveniëert.
Als je het niet begrijpt, moet je vragen. Dat weet elke leerling toch? Maar niemand doet het. Niet één van de discipelen zegt: “Jezus, wat gebeurt hier?” “Ik begrijp dit niet, kunt U uitleggen wat ik mis?” “Is hier sprake van goddelijk ingrijpen?”
Niemand. Vervolgens gebeurt er nog iets. Judas spreekt. Hij oordeelt. Hij noemt het verspilling. Hij beoordeelt het handelen van Jezus vanuit zijn eigen kader en mist wat dit moment openbaart.
De anderen corrigeren hem niet.In de evangeliën klinkt dat meerdere discipelen zich ergeren. Hun zwijgen is geen zuiver wachten, maar een niet doorbroken instemming die pas stopt wanneer Jezus zelf spreekt. Dat maakt het des te confronterender.
Waarom vragen zij niet? Wat had ik graag Jezus uitleg gehoord. Ze vragen helaas niet omdat er geen aanleiding is, maar omdat zij denken dat zij het al begrijpen. Hun kennis wordt geen opening, maar we zien daar een geestelijke afsluiting.
Niemand wil de eerste zijn die het oordeel onderbreekt met als gevolg dat de nederigheid ten opzichte van Jezus ontbreekt. Ze benaderen wat er gebeurt vanuit hun eigen kader en niet vanuit de bereidheid om zich te laten corrigeren. Ze leven met Jezus, maar stellen zich niet onder Hem maar naast Hem. Hier wordt denk ik iets zichtbaar wat dieper gaat: kennis van God is niet hetzelfde als het herkennen van God wanneer Hij handelt.
Nabijheid garandeert geen inzicht.
Volgen betekent nog niet verstaan.
Ze toetsen Hem niet vragend, maar beoordelen Hem vanuit wat zij denken te weten. Wat hier gebeurt, is geen willekeur. Jezus ziet wat zij niet zien. Hij herkent in deze daad geen verspilling, maar voorbereiding op Zijn lijdensweg. Geen overdaad, maar toewijding aan de Vader en de weg die Hij moet gaan. Hij ontvangt al wat zij afwijzen, omdat Hij leeft vanuit het perspectief van de Vader en niet vanuit het beperkte kader van de mens.
Hier openbaart zich het verschil tussen zien en herkennen. Precies daar ligt de les ook voor ons. Zodra wij denken dat wij het beter zien dan wat zich voor ons voltrekt, sluiten wij ons af voor wat God aan het doen is. Dat zie je hier en ook onder gelovigen. In morele discussies, in kerkelijke gesprekken waaruit zelfs scheuringen ontstaan, in snelle oordelen over elkaar wat wel en niet van God zou zijn. We stellen te weinig open vragen.
Er wordt snel gesproken in de naam van God, snel geduid, snel geoordeeld. En als er gevraagd wordt is het regelmatig vanuit aanval, niet vanuit een lerende houding. Bijbelteksten worden gebruikt als eindpunt in plaats van als beginpunt van beter luisteren. Niet vragend, maar stellend. Dan kan het gebeuren dat wij heel zeker spreken en tegelijk missen wat God werkelijk aan het doen is. Niet omdat het verborgen is, maar omdat wij niet een vragende houding aannemen. Omdat wij al denken te weten.
Dat is best confronterend, want hoe dichtbij kun je leven en het toch missen? Wachten wij werkelijk op Zijn spreken, of hebben wij allang geoordeeld voordat Hij iets zegt? Hoe herken jij Gods ingrijpen? Sta je er nog open voor?
πΈππ ππ£πππππππππ π.π.π£. πππππ’π π·πΊ:πΉ-πΏ, π·π πππ πππππππ π£πππ§ππ‘π‘ππ π§ππβ ππππ‘ πππ‘πππ π‘ππππ π½ππ§π’π , ππππ π§ππ βππππππππ π»ππ πππ ππππ‘ ππ π€ππ‘ π»ππ ππππ‘.
Reactie plaatsen
Reacties
Prachtig