
Wachten als ware offer
ππ£πππππππππ π·ππππ’ππ
“Gehoorzaamheid is beter dan offer.”
Met deze woorden confronteert Samuel koning Saul.
Saul had gedaan wat hem juist leek. Hij had gespaard wat waardevol was en rechtvaardigde dit door te zeggen dat het voor de HEERE bedoeld was. Zijn handelen was religieus gemotiveerd, zijn woorden vroom. Maar toch wijst Samuel het af.
Niet omdat offeren verkeerd is, maar omdat gehoorzaamheid niet ontstaat uit wat de mens doet voor God, maar uit wat de mens ontvangt van God.
Saul wilde God dienen. Daar is weinig twijfel over mogelijk. Hij stond niet buiten het verlangen om trouw te zijn. Hij stond er middenin. Maar hij stond ook onder druk. De soldaten keken naar hem. Het volk verwachtte een besluit.
De dreiging was werkelijk. De tijd verstreek, Saul dacht na. Hij woog af. Hij nam verantwoordelijkheid. Uiteindelijk handelde hij. Niet uit verzet, maar ik denk uit betrokkenheid en uit zorg. Maar dan zegt Samuel: 'gehoorzaamheid is beter dan offer.' Daarmee openbaart zich een waarheid die dieper ligt dan de handeling van "ingrijpen voor het te laat is" zelf. Want het probleem van Saul was niet dat hij God niet wilde dienen. Het probleem was dat hij het wachten niet kon verdragen.
Wachten is geen leegte, maar gehoorzaamheid die nog geen vorm heeft.
Samuel had gezegd: wacht.
Niet: begrijp alles.
Niet: los het op.
Maar: wacht.
Het valt me op dat wachten is in de Bijbel nooit een passiviteit maar een actieve gerichtheid is. Een open blijven staan voor wat nog niet gekomen is. Een verstilling die beweging geeft richting God. Een weigering aan de drang zelf te voltooien wat nog niet uitgesproken is. Dat is waarom wachten zo moeilijk is. Want wachten betekent leven zonder controle. Zonder zekerheid. Zonder een uitkomst die je zelf hebt vastgelegd. Of forceren naar jouw wens.
Saul zag de openheid van het moment, en hij sloot het onbedoeld af. Hij nam een besluit dat de spanning beëindigde. Niet uit rebellie, maar uit noodzaak. Misschien zelfs uit wijsheid, menselijk gesproken.
Maar hij vergeet, juist in de acceptatie van de verantwoordelijkheid van zijn koningschap over Israël dat dit juist niet rust op menselijke wijsheid alleen. Het rust op ontvankelijkheid! Op het vermogen om te blijven, ook wanneer het woord nog niet teruggekeerd was, moeite te doen te wachten. Niet de daad zelf vormde de breuk, maar het moment waarop het plaatsvond.
Saul handelde vóór het Woord tot hem terugkeerde. Maar daarmee verplaatste het zwaartepunt zich. Niet langer van luisteren naar ontvangen, maar van handelen naar voltooien. Wat nog open was, werd door hem gesloten.
Wachten betekent controle loslaten
Het offer dat gevraagd wordt, is het wachten zelf.
Dit moment behoort niet alleen tot Saul. Het openbaart iets dat iedere mens kent.
Ook wij staan in momenten waarin de uitkomst zich nog niet laat zien. Momenten waarin het woord uitblijft. Momenten waarin alles in ons aandringt om zelf te handelen, zelf te beslissen, zelf te voltooien wat nog open is.
Niet omdat wij niet willen luisteren, maar omdat wij de openheid niet kunnen verdragen.
Wachten vraagt dat wij die openheid laten bestaan. Dat wij niet vastmaken wat zich nog niet heeft geopenbaard. Dat wij niet zelf bepalen wat alleen ontvangen kan worden. Ook wij willen teveel zelf bepalen. Beslissen. Opinies volgen. Doorpakken. Maar wachten.
Dat ís het offer dat gevraagd wordt. Niet de daad die de spanning beëindigt bij mensen om je heen, of in jezelf. Maar het innerlijke offer van het wachten zelf in gang te zetten, als het ware.
Wachten is eigenlijk een bewegen, maar dan in Gods tempo. Hij vraagt of wij bereid zijn los te laten wat wij zelf het liefste zouden vasthouden. Dat wij verdragen dat de werkelijkheid zich nog niet aan ons gegeven is.
Want wat uit God komt, hoeft niet door ons voltooid te worden om werkelijk te zijn.
Het komt tot ons, niet in onze greep, maar in onze ontvankelijkheid.
Reactie plaatsen
Reacties