Onder gezag van de Herder nav Psalm 23

Gepubliceerd op 8 januari 2026 om 08:36

Onder gezag van de Herder
(Nav Psalm 23)

David opent niet met zichzelf, maar met God:
“De HEER is mijn herder, mij ontbreekt niets.”

Vandaag wil ik even stilstaan bij Psalm 23. Bij die woorden die velen van ons uit het hoofd kennen en die we vaak horen bij momenten van kwetsbaarheid en afscheid. Maar wie deze psalm aandachtig leest, merkt al snel dat dit geen zachte troosttekst alleen is. Psalm 23 is een psalm van leiding. Van gezag. Van koningschap, maar dan anders dan wij het vaak invullen.
David opent niet met zichzelf, maar met God:
“De HEER is mijn herder, mij ontbreekt niets.”

 

Dat is geen triomfantelijke uitspraak van een geslaagde koning. Dit is het getuigenis van iemand die zelf geleid moet worden. David, herder en koning, plaatst zich niet boven zijn volk, maar onder de Herder. Hij bezingt God niet als degene die hém groot maakt, maar als degene die hém leidt: ook waar het gevaarlijk wordt.
Dat maakt Psalm 23 zo bijzonder.

 

Geen triomf, maar leiding in gevaar. Geen afstand, maar nabijheid. Geen macht, maar zorg. David tekent hier een koningschap dat niet overheerst, maar voorgaat. Een koningschap dat alleen kan bestaan onder gezag. Psalm 23 is daarmee een koningspsalm van de tweede orde: de koning onder gezag.
Juist daarom klinkt deze psalm verder dan David zelf.

Het is opvallend dat Jezus zichzelf 'Zoon van David' noemt.

 

Niet als zoon in de lijn van Ruth, van Maria. Terwijl juist Matteüs zijn evangelie opent met een geslachtsregister waarin vier vrouwen expliciet genoemd worden: Tamar, Rachab, Ruth en de vrouw van Uria. Vrouwen met een verhaal van kwetsbaarheid, grensoverschrijding en trouw. Matteüs laat zien: Gods heilsgeschiedenis wordt gedragen door mensen aan de rand.
Wijst Jezus naar ....  David.

 

Maar dit is geen ontkenning van de genealogische oorsprong, maar een bewuste keuze van een duiding op iets anders. David staat hier niet alleen voor afkomst, maar voor belofte. Voor de koningslijn.

Jezus wijst naar iets anders dan naar voorouders, Jezus wijst naar de koningslijn

 

Voor de toezegging van God dat er een herder-koning zal zijn die zijn volk niet verplettert, maar leidt. En precies dat koningschap wordt in Psalm 23 bezongen.
Wanneer Jezus zich Zoon van David noemt, neemt Hij dit psalmbeeld op zich. Hij belichaamt het koningschap dat David bezingt: nabij, dragend, dienend. Geen macht op afstand, maar aanwezigheid midden in het dal van diepe duisternis.

 

Daar klinkt in Psalm 23 die ene zin waarin alles samenkomt: “U richt voor mij een tafel aan, voor de ogen van mijn vijanden.”
Dat is geen bijzin. Dat is geladen taal. Geen veilige beslotenheid, maar gemeenschap midden in dreiging.

 

Wie heeft er werkelijk aan tafel gezeten terwijl de vijanden al aanwezig waren? Dat was Jezus Christus zelf, tijdens het laatste avondmaal. De verrader zit al aan tafel. De machten hebben hun besluit genomen. De leerlingen zullen Hem verlaten. En toch richt Hij de tafel aan. Hij breekt het brood. Hij schenkt de beker. Hij deelt zichzelf uit.

 

Hier wordt Psalm 23 werkelijkheid. De herder uit Davids lied ís zelf de tafelheer geworden.
Dit moment vormt een scharnierpunt in de heilsgeschiedenis. Het is het einde van Jezus’ weg als mens onder de mensen, en tegelijk het begin van zijn terugkeer naar zijn plaats aan de rechterhand van God. Vanuit deze overgave ontvouwt zich een nieuw koningschap. Geen koningschap van overheersen, maar van dienen. Geen lijn die afsluit, maar een lijn die openbreekt. Christus opent een koningslijn waarin wij worden uitgenodigd mee te lopen. Niet als heersers, maar als dienaren. Niet boven anderen, maar aanwezig in hun midden. Aan tafel, ook wanneer het spanningsveld voelbaar blijft.


Misschien herkennen wij onszelf vaker in Ruth dan in David. Niet zichtbaar, niet machtig, maar dragend. En misschien is dat precies de plek waar Gods geschiedenis begint. Want uit die gedragen geschiedenis wordt de Herder-Koning geboren.
Zo wordt Psalm 23 geen oud lied uit een ver verleden, maar een levende roeping. De Herder-Koning gaat ons voor. En wie Hem volgt, wordt meegenomen in een koningschap van trouw, nabijheid en overgave. Tot in het huis van de HEER, tot in lengte van dagen.

 

Psalm 23 leert ons hier iets dat schuurt. Aan deze tafel zitten niet alleen vrienden. Er kunnen ook vijanden aanwezig zijn.

 

Psalm 23 leert ons hier iets dat schuurt. Aan deze tafel zitten niet alleen vrienden. Er kunnen ook vijanden aanwezig zijn. En toch blijft de tafel staan. Niet omdat het gevaar verdwenen is, maar omdat God gastheer is. Jezus zélf zit later aan tafel met vriend én vijand. De psalm roept ons daarom niet op tot argwaan, maar tot vertrouwen. Niet tot waakzaamheid in de zin van controle, maar tot overgave aan Degene die waakt.
Dat zien we terug bij Jezus zelf. Hij weet wie Hem zal verraden. Hij doorziet het kwaad en is niet naïef. En toch trekt Hij de maaltijd niet terug. Hij breekt het brood met allen. Hij schenkt de beker.

 

Zo wordt zichtbaar dat gastvrijheid hier geen zwakte is, maar gehoorzaamheid. Geen gebrek aan onderscheid, maar vertrouwen dat het oordeel niet bij ons ligt. De tafel in Psalm 23 wordt zo een plaats waar het koningschap van God zichtbaar wordt. Niet door uitsluiting, maar door trouw. Niet door zelf te oordelen, maar door te blijven waar God ons zet. De Herder regeert niet door afstand te nemen, maar door nabij te blijven.

 

Wie in dit koningschap wordt uitgenodigd, wordt niet geroepen om de wereld te zuiveren, maar om te dienen. Om aan tafel te blijven, ook wanneer het spanningsveld voelbaar is. Het oordeel laat Christus aan de Vader. De tafel blijft open.

 

Laten we afsluiten door Psalm 23 zelf te lezen. Wat valt je op, nu je deze Psalm zo hebt gevolgd? Ik nodig je uit om hieronder te reageren.

 

Psalm 23 (Statenvertaling)

De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken.
Hij doet mij nederliggen in grazige weiden;

Hij voert mij zachtjes aan zeer stille wateren.
Hij verkwikt mijn ziel; Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid, om Zijns Naams wil.

Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.

Gij richt de tafel toe voor mijn aangezicht, tegenover mijn tegenpartijders; Gij maakt mijn hoofd vet met olie, mijn beker is overvloeiende.

Immers zullen mij het goede en de weldadigheid volgen al de dagen mijns levens;

en ik zal in het huis des HEEREN blijven in lengte van dagen.

Andere gebruikte bijbelgedeelten
Matteüs 1:1–17
Matteüs 26:20–29
Johannes 10
2 Samuël 7 en Hebreeën 13:2

Tekst: R. Kruijshoop


Reactie plaatsen

Reacties

Tirza
een maand geleden

Bijzonder hoe je de Koningslijn noemt! Weer een pakkende blog. Jezus als onze tafelHeer. Amen!

Ruth Kruijshoop
een maand geleden

Dank je Tirza!

Henk de Vries
een maand geleden

Vijand aan tafel: goede invalshoek. Juist nu. Sterke blog.

Ruth Kruijshoop
een maand geleden

Dank je Henk!