Aan het begin van het nieuwe jaar lees ik de Bijbel, en begin ik bij het begin. Niet uit haast, maar juist om te vertragen elke dag een paar hoofdstukken. Vandaag, 3 januari 2026 ben ik aangekomen bij Genesis 5. De kadans verandert in de tekst. Het laat zich niet meer lezen als een vlot openingsverhaal dat je snel meeneemt naar de kern. Integendeel. Het is een tekst die je als lezer bijna dwingt om langzamer te gaan, om je tempo aan te passen en zorgvuldig te lezen. Al snel laat God zien dat wat je misschien geleerd hebt over 'vroege mensbeelden en evolutionaire theorieën' losgelaten moet worden, omdat de Bijbel je uitnodigt om de generatielijnen vanuit het eigen verhaal te lezen. Nog vóór de grote lijnen van schepping en zondeval zich volledig ontvouwen, vraagt iets anders al aandacht in Genesis de eerste genealogieën. Namen. Leeftijden. Herhaling. We zijn geneigd die snel te lezen of zelfs over te slaan, maar juist daar brengt dat de tekst ons tot stilstand bracht. Ik las de geslachtsnamen van Adams nakomelingen en dacht:
"Waarom zoveel nadruk op tijd, op leeftijd, op nageslacht? Waarom deze traagheid aan het begin? Waar komen de mannen vandaan?"
Ik ging op onderzoek uit. Eerst maar eens zien wie Genesis geschreven heeft. Zo ontdekte ik al gauw dat daar de meningen over verschillen..
De Joods-christelijke traditie zegt dat Genesis van oudsher toegeschreven wordt aan Mozes, als onderdeel van de Thora, en gelezen moet worden als één samenhangend geheel. In dat perspectief draagt Genesis het gezag van een profetische en wetgevende stem, die het verhaal van oorsprong en verbond ordent voor het volk van God.
De moderne bijbelwetenschap kijkt daar anders naar. Genesis wordt hier doorgaans verstaan als een samengestelde tekst, ontstaan uit verschillende overgeleverde tradities die later zijn samengebracht en geredigeerd tot het boek dat wij nu kennen. Vaak wordt daarbij gesproken over meerdere lagen, zoals verhalende en priesterlijke tradities, die samen één doorlopend oorsprongsverhaal vormen.
Welke benadering je ook volgt: het gezag van de tekst ligt niet primair in de naam van één auteur of meerdere, maar in de manier waarop Gods handelen met mens en wereld verwoordt wordt. Met dat inzicht helpt het om Genesis 5 zorgvuldiger te lezen, niet als een opsomming van namen die geboren zijn uit Adam en die we eventjes snel kunnen laten passeren, maar als een tekst die bewust werkt met tijd, herhaling en genealogie lijnen opent.
Wat ook goed is om bij stil te staan is dat Gen 5:1-32 er geleefd werd met een andere schaal van tijd dan wij gewend zijn. Het mensenleven voltrok zich hier niet snel en kort, maar strekte zich uit over lange perioden. Mensen konden honderden jaren oud worden. Oorsprong verdwijnt hier dus niet naar de achtergrond zodra het verhaal verdergaat, maar blijft levend aanwezig terwijl het leven zich ontvouwt.
Wie dus leest met een soort moderne haast, mist de ruimte waarin de tekst zichzelf plaatst. Tegen die achtergrond krijgen leeftijden een andere betekenis dan wij kennen. Adam werd 930 jaar oud! Wauw! Dat gaat ons moderne voorstellingsvermogen te boven! Toch presenteert Genesis deze lange levensduur niet als iets uitzonderlijks of mythisch, maar als normaal binnen de wereld die zij beschrijft. Er wordt geen andere werkelijkheid geïntroduceerd dan de onze: dezelfde aarde, dezelfde mens, maar een bestaan waarin het leven zich over veel langere tijd uitstrekt dan wij gewend zijn.
Dat betekent dat Adam en Eva niet snel uit beeld verdwijnen nadat zij uit de Hof van Eden zijn verdreven. Zij leven nog heel lang, krijgen kinderen en blijven aanwezig terwijl het leven zich onder hen verbreedt.
Zij zien zelf hun nageslacht ontstaan. Het vraagt om verbeelding van de lezer hoe dat geweest zal zijn. Wij zijn gewend om generaties scherp van elkaar te scheiden, het leven is kort en we denken in overzichtelijke tijdsblokken, kind-puber-adolescent-volwassen-bejaard, waarin mensen verschijnen, kinderen krijgen en weer verdwijnen. Genesis nodigt uit tot een andere manier van kijken over de grenzen van beperking van de moderne tijd.
Adam en Eva leven niet in afzonderlijke hoofdstukken, maar in een doorlopende werkelijkheid van bijna duizend jaar, waarin ouders, kinderen en kleinkinderen elkaar kennen, zien opgroeien en blijven ontmoeten. Bijzonder moet dat zijn geweest.
Oorsprong is hier geen herinnering, maar een levende aanwezigheid. Dat werpt een nieuw licht op Eva. Zij is niet slechts een figuur aan het begin van het verhaal die enkele kinderen krijgt en daarna verdwijnt. Integendeel. Eva is de oermoeder baart leven over een lange periode in tijd. Maar alleen de zonen worden genoemd. Kaïn en Abel, later ook Seth, maar zij zijn niet de enigen! Genesis zegt expliciet dat Adam zonen én dochters verwekte. Dochters zijn er dus vanaf het begin, ook al blijven zij naamloos. We lezen hier geen volledig uitgeschreven familiegeschiedenis, maar een selectieve weergave van namen.
In de opsomming komt geen vrouw voor tot Ada en Zilla. En dat lijkt in eerste instantie wat vreemd. Want een man kan niet zonder vrouw ontstaan. Maar het is denk ik, in deze perikoop, een beetje zoals wanneer we zeggen dat het 'overdag' is, dan leggen we elkaar niet uit wat licht is, waar de zon staat of waarom het geen nacht is. Het woord veronderstelt een gedeeld begrip. Zo werkt Genesis hier ook denk ik. Dat er vrouwen zijn, dat er dochters geboren worden en dat leven zich voortzet, wordt niet benoemd omdat het de voorwaarde is van alles wat volgt. Juist omdat het zo fundamenteel is, hoeft het niet steeds gezegd te worden.
Wat Genesis doet, laat zich misschien het best verstaan met een beeld. De namen die genoemd worden, functioneren als het ware als bielzen onder een spoor. Ze vormen geen complete inventaris, maar dragen samen de voortgang van het verhaal. Niet iedere plank wordt benoemd, maar alle bielzen samen zijn nodig om het 'Messiaanse spoor' te krijgen. Deze 'bielzen in de tekst' zijn vrijwel altijd mannelijk. Mannen verschijnen in reeksen en zorgen voor continuïteit. Vrouwen daarentegen verschijnen zelden, maar wanneer zij bij naam genoemd worden, verandert het verloop van de Heilsgeschiedenis. Dan buigt het spoor, wordt een richting gemarkeerd of tekent zich een wending af in Gods handelen, om mensen weer tot Hem te laten keren.
De mannen dragen de voortgang, de vrouwen markeren de richting. Samen vormen zij het spoor waarlangs de heilsgeschiedenis zich ontvouwt.
De dochters blijven in deze tekst lang ongenoemd, niet omdat zij ontbreken of onbelangrijk zijn, maar omdat hun aanwezigheid wordt verondersteld als vanzelfsprekende voorwaarde voor continuïteit. Zonder hen is er geen geboorte, geen voortgang, geen geschiedenis. Deze lange levensduur blijft in Genesis overigens niet onbeperkt. Nog vóór de vloed wordt een grens gesteld aan het menselijk leven (Genesis 6:3). Daarmee markeert de tekst zelf een overgang naar een kortere levensduur, zoals wij die kennen. Adam en Eva leefden lang, en hun nageslacht is groot, maar deze levensduur vormt geen norm die onbeperkt wordt doorgetrokken. Ook daarin tekent zich een beweging af binnen dezelfde schepping.
Genesis leest zich dus langzaam. Juist daarin lijkt de tekst ons uit te nodigen tot een manier van lezen die zich niet laat opjagen. Alsof aan het begin al onze haast wordt onderbroken. Misschien worden we zo zachtjes teruggebracht tot aandachtig luisteren, en leren we opnieuw zien hoe lijnen zich door de tijd heen aftekenen richting Jezus komst en leiden naar Zijn wederkomst op aarde. Dat is misschien wel precies wat een nieuw jaar nodig heeft, rust, ruimte buiten onze kaders te luisteren en om vragen stellen aan Bijbelteksten waar we hoop in vinden en bevestiging van Zijn bestaan.
Deze overdenking is geschreven naar aanleiding van Genesis 5:1–32. Door Ruth Kruijshoop
Reactie plaatsen
Reacties
Wat een bijzondere overdenking, je neemt zoveel tijd voor de Bijbeltekst en dat werkt aanstekelijk. Ik hoop dat je hier vaker gaat schrijven. Ik volg je ook op Facebook en lees je stukjes daar altijd met veel plezier!
Dank je wel Susan, moge we elkaar blijven bemoedigen en opbouwen in geloof